“Liberalisme is niet alleen voor ‘wie het goed heeft”

in de pers

“Liberalisme is niet alleen voor ‘wie het goed heeft”

Sociale mobiliteit behoort tot de essentie van het liberalisme. Volgens Egbert Lachaert zijn hervormingen en liberale recepten nodig om die te verbeteren.

Ive Marx duidt in zijn column op vlijmscherpe manier de uitdagingen voor de liberale ideologie (DS 11 februari).

Het Nieuwsblad 

Het liberalisme is een brede ideologie die zich niet in hokjes van links of rechts laat opsluiten. Waar het liberalisme nood aan heeft, is ideologische verdieping en een duidelijkere vertaling naar hedendaagse vraagstukken. Wollig of al te commercieel taalgebruik hypothekeert de coherentie van de liberale ideologie op lange termijn. Daarnaast willen liberale kiezers vooral een consequente liberale partij, die doet wat ze zegt.

Het liberalisme wordt door velen bestemd als een overtuiging die er is voor ‘wie het goed heeft’ en voor mensen die het liefst zo weinig mogelijk belastingen betalen. Ten onrechte, want het liberalisme moet eerst en vooral een ideologie zijn van kansen, voor iedereen. Het maakt niet uit van welke komaf je bent, je moet vooruit raken in het leven door je best te doen. Je moet jezelf kunnen ontwikkelen en over voldoende zelfbeschikkingsrecht beschikken. Sociale mobiliteit behoort tot de essentie van het liberalisme.

Marx noemt de voordelen van een herverdelende maatschappij, omdat dat de enige manier is om effectief tot sociale mobiliteit te komen. Er moet een basiswelvaart zijn voor iedereen, een toegankelijk onderwijs en een goede sociale zekerheid om iedereen startkansen in het leven te gunnen. Hij heeft een punt dat wie zonder eten en drinken in de woestijn geboren wordt, moeilijk als vrij kan worden aangezien. Basisvoorzieningen zijn noodzakelijk om iedereen kansen te geven. Een probleem beschrijft Marx evenwel niet. In ons land is de taxatie- en regeldrift onder het mom van herverdeling en bescherming zodanig doorgeschoten dat sociale mobiliteit er op termijn onmogelijk mee wordt.

Strijd voor ondernemerschap

Het overheidsbeslag bedraagt in ons land op dit ogenblik 52,5 procent. We taxeren dus meer dan de helft van wat geproduceerd wordt bij ons. Qua herverdelingscijfers staat België aan de top van de wereld. Met een ginicoëfficiënt van 25,9 procent behoren we samen met de Scandinavische landen tot die landen die het meest herverdelen van iedereen. Ook na de Zweedse jaren van het volgens sommigen ‘hardvochtige’ sociaal beleid. Vanuit de optiek van het stuk van Marx zijn dat positieve cijfers. Vanuit liberaal en sociaal oogpunt gaat er een andere schrijnende realiteit achter schuil.

We slagen er niet goed in armoede te bestrijden. Ons sociaal systeem lijkt voor velen een soort lotsbestemming. Op onze arbeidsmarkt lukt het amper of niet om bepaalde doelgroepen te activeren. Finaal duidt dat aan dat sociale mobiliteit blijkbaar niet meer weggelegd is voor sommige medeburgers. Voor mij als liberaal is dat onaanvaardbaar.

De strijd voor meer liberalisme en meer sociale mobiliteit gaat samen met de strijd voor ondernemerschap en ondersteuning van mensen die willen werken. Wie als zelfstandige een zaak begint, wordt overspoeld met regels en vergunningsplichten. Veel ondernemend talent begint er om die reden zelfs niet aan. Wie als werknemer gaat werken, wordt vanaf een inkomen van 13.440 euro per jaar beschouwd als een rijke burger en moet 40 procent belastingen betalen.

Stroeve arbeidsmarkt

Onze arbeidsmarkt moet veel laagdrempeliger worden. Dat betekent niet dat iedereen vanaf nu in een slechter statuut moet gaan werken, maar we zijn te ver doorgeschoten in ons model. Denk maar aan de manier waarop wij minutieus vastzitten in uurroostertjes, de papierwinkel van het zelden gelezen arbeids reglement, de verplichting om voor een beetje maatwerk steeds een cao of paritair comité te hebben en om steeds minimaal een derde van een voltijds werkrooster te werken. Het leidt tot een stroeve arbeidsmarkt die occasioneel werk, waar veel werkzoekenden en ondernemingen om smeken, zo goed als onmogelijk maakt.

Marx had eerder al kritiek op de flexi-job. In tegenstelling tot wat hij schrijft, is die voor de sociale zekerheid wel degelijk een winoperatie met 25 procent sociale bijdragen op – wellicht in het verleden in het zwart – verdiend loon. Waar hij wel gelijk heeft, is dat het systeem niet toegankelijk is voor diegenen die echt in armoede leven en oplossingen zoeken. Je moet immers al vier vijfde van een voltijds rooster werken. Vandaar mijn voorstel om tijdelijk ook mensen die een uitkering genieten te laten bijverdienen, ervaringen op te laten doen, om zo opnieuw de weg naar de arbeidsmarkt te vinden. Schiet de flexi-job niet af, maar maak dat wie in armoede leeft ook mogelijkheden krijgt om laagdrempelig te werken.

Marx heeft het liberalisme begrepen. Het is er niet alleen voor de welgestelden, maar is een ideologie voor iedereen. Onze gezamenlijke sociale strijd is er evenwel ook een van hervormingen en liberale economische recepten. Op een andere manier zullen we er niet in slagen meer sociale mobiliteit te verwezenlijken. Dat is vooral nodig voor al die mensen die vandaag uit de boot vallen en tot armoede gedoemd lijken.

Egbert Lachaert

TeamEgbert

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *